“In 2006 kocht de Vlaamse Gemeenschap een collectie mechanische muziekinstrumenten van Jef Ghysels, een verzamelaar en belangrijk liefhebber van dans- en kermisorgels. In de collectie, die beheerd wordt door Muziekmuseum Vleeshuis, zit een dansorgel uit 1912: Orchestre Moderne van Eusèbe Fasano. Het instrument is uniek in de wereld. Niet alleen heeft het de tand des tijds zeer goed doorstaan, het orgel is vrijwel in originele staat gebleven. Deze zeldzame parel kreeg dan ook terecht een plek op de Vlaamse Topstukkenlijst.”
Jolien Paeshuys, beheerder collectie Ghysels
Een zeldzame blik op de wereld van Fasano
Begin 1900 was Antwerpen een belangrijke bakermat voor de bouw van grote dansorgels. Rond die tijd belandt de uit Italië afkomstige Eusèbe Fasano in de stad. Hij opent er een atelier en bouwt in 1912 het dansorgel Orchestre Moderne. De populaire muziek van die tijd was nog sterk verbonden met de muzikale tradities van de negentiende eeuw. Walsen, schottisches, mazurka’s, one- en two-steps behoorden tot de populairste dansen. Het Fasano-orgel is dan ook een zeldzaam voorbeeld van de dansorgelcultuur van vóór de Eerste Wereldoorlog.

Eusèbe Fasano was slechts korte tijd actief als orgelbouwer in de stad. In vergelijking met grote firma’s als Mortier of Decap produceerde hij een relatief klein aantal instrumenten. Vandaag zijn daarvan nog maar weinig exemplaren over. Dansorgels waren geen statische objecten. Ze werden intensief gebruikt en moesten voortdurend inspelen op de veranderende muzikale smaak. Wanneer een instrument verouderd raakte, kon het worden verkocht of ingeruild, maar vaak werd het bestaande orgel eenvoudig aangepast. Nieuwe registers konden worden toegevoegd, net als accordeons of saxofoons. Soms kreeg een orgel zelfs een nieuw front. Zo ontstond een levendige handel in verkoop, ruil en ‘transformatie’.
“Het Fasano-orgel werd speciaal gebouwd om in danszalen te kunnen spelen, waarvan er in Antwerpen rond 1900 heel veel te vinden waren. Prachtige zalen waar mensen eerst konden gaan dineren en daarna allemaal samen konden dansen.”
Jolien Paeshuys, beheerder collectie Ghysels
Danspaleis Keizershof in de Offerandestraat
Net als andere grote dansorgels reisde het Fasano-orgel van de ene danszaal naar de andere en werd het talloze keren in en uit elkaar gezet. Dat verklaart waarom er vandaag zo weinig instrumenten zijn die nog een betrouwbaar beeld geven van hoe een orgelbouwer zijn instrumenten oorspronkelijk samenstelde. Het Fasano-orgel vormt hierop een uitzonderlijke uitzondering. Het is het enige bekende instrument van Fasano dat bijna onaangeroerd is gebleven. Daardoor geeft het, in combinatie met andere bronnen, een bijzonder waardevol beeld van de manier waarop Eusèbe Fasano zijn orgels bouwde.
Restaureren zonder het verhaal uit te wissen
Foto: Jeroen Broeckx
Voor de start van de restauratie van de decoratieve voorkant werd de imposante façade van het orgel deels gedemonteerd.
Uitgebreid vooronderzoek
De restauratoren kregen zicht op de schade aan de frontdelen via een uitgebreid vooronderzoek. Er werden foto’s gemaakt en schadeschema’s opgesteld. Daarnaast is er materiaaltechnisch onderzoek uitgevoerd, waarbij onder meer de verschillende verflagen en hun opbouw zijn onderzocht. Op basis van deze bevindingen werkten ze vervolgens een passend behandelingsvoorstel uit.
“De volledige façade meet 5,60 meter hoog en 7,30 meter breed. Het grootste deel van die panelen is nog in originele staat. Enkel de zones die wat meer uitsteken, zijn doorheen de tijd beschadigd geraakt. Een van de grote uitdagingen zijn de met goud en zilver versierde delen. Die werden in het verleden lokaal opnieuw verguld of overschilderd. Helaas maakte men niet altijd de juiste keuze, waardoor sommige versieringen geoxideerd zijn geraakt. Dat proberen we weg te werken om het geheel opnieuw rustiger te laten ogen.”
Toon van Campenhout, conservator/restaurator
Foto: Jeroen Broeckx
Bescherming tegen houtworm
Hoewel de restauratie van het instrument zelf nog moet beginnen, werd het orgel al volledig behandeld tegen houtworm. Dat gebeurde met een stikstof-anoxiebehandeling, waarbij de zuurstof rond het instrument sterk wordt verminderd zodat aanwezige houtaantastende insecten niet kunnen overleven. De behandeling was een belangrijke voorbereidende stap om het instrument veilig aan de volgende fase toe te vertrouwen.
“Het Fasano-orgel stelt ons vandaag voor een bijzondere uitdaging. Het is tegelijk een muziekinstrument dat opnieuw betrouwbaar moet kunnen functioneren én een uitzonderlijke historische bron. Juist omdat het vrijwel onaangeroerd is gebleven, kan het ons veel vertellen over de oorspronkelijke registers en ingenieuze uitvindingen die beïnvloed zijn door andere orgelbouwers zoals Gavioli en Mortier. Daarom moeten we elke ingreep zorgvuldig afwegen.”
Toon van Campenhout, conservator/restaurator
Een restauratie met veel vragen
De belangrijkste vraag bij de restauratie van het mechanische gedeelte van het orgel is misschien wel: hoever ga je in het terugbrengen van een instrument naar zijn oorspronkelijke toestand als je niet met zekerheid weet hoe die toestand eruitzag?
Foto: Jeroen Broeckx
Bij het Fasano-orgel heeft minstens één revisie plaatsgevonden waarbij de hoofdblaasbalg is weggehaald en de luchtvoorziening werd vervangen door een ventilator. Ook de muziekboeken die vandaag bij het instrument horen, zijn afkomstig van meer dan één orgel. Een reconstructie van de blaasbalg zou wenselijk zijn, maar doordat bewaarde voorbeelden ontbreken, is er momenteel onvoldoende betrouwbare informatie om die te maken. Ook het toevoegen van registers is niet vanzelfsprekend. Het feit dat een bepaald register op andere instrumenten voorkomt, bewijst niet dat het ook op dit Fasano-orgel aanwezig was. Zonder voldoende bewijs dreigt een reconstructie een ‘fantasie-orgel’ op te leveren: een instrument dat misschien historisch aannemelijk lijkt, maar waarvan niet kan worden aangetoond dat het ooit zo heeft bestaan.
“Omdat er geen ander Fasano-orgel met een vergelijkbare graad van originaliteit bewaard is gebleven, is het instrument zelf een belangrijke bron van informatie. Daarom hebben we besloten om het orgel grotendeels in zijn huidige toestand te behouden.”
Toon van Campenhout, conservator/restaurator
Foto: Jeroen Broeckx
Herstellen wat niet meer functioneert
Een belangrijke uitdaging is het leer in het pneumatische systeem. Leer heeft een beperkte levensduur. Na verloop van tijd wordt het broos, ontstaan er scheuren en gaat het lekken. Voor pneumatische toepassingen kan verouderd leer niet opnieuw geschikt worden gemaakt. Het zal daarom moeten worden vervangen. Bij de keuze van nieuw leer wordt gezocht naar materiaal dat zo goed mogelijk overeenkomt met het oorspronkelijke materiaal, onder meer wat dikte en eigenschappen betreft. Dat is niet altijd eenvoudig: materialen die vroeger beschikbaar waren, zijn vandaag niet noodzakelijk nog exact verkrijgbaar.
“Met de restauratie willen we het orgel opnieuw in een betrouwbare en bespeelbare toestand brengen. Daarbij proberen we zoveel mogelijk van het aanwezige materiaal te behouden. Onderdelen die door ouderdom en slijtage hun functie hebben verloren, worden waar nodig vervangen. De oude materiaalstalen die mogelijk origineel zijn, worden zorgvuldig bewaard. Ze kunnen waardevolle informatie bevatten voor deze én toekomstige restauraties.”
Toon van Campenhout, conservator/restaurator
Hout, metaal en andere materialen
Het Fasano-orgel is grotendeels uit hout opgebouwd, maar bevat daarnaast een grote verscheidenheid aan metalen.
“Het plan is om alle materialen op hun eigen manier te behandelen. Houten onderdelen krijgen een voorzichtige reiniging. Bij de metalen onderdelen gaan we roest en bewegende oppervlakken lichtjes proper maken. Messing reinigen we zonder het oppervlak onnodig te polijsten.”
Jolien Paeshuys, beheerder collectie Ghysels
Foto: Jeroen Broeckx
Verschillende houtsoorten hebben elk hun specifieke functie. Naaldhout werd onder meer gebruikt voor onderdelen die niet zwaar aan slijtage onderhevig zijn. Beukenhout vinden we bijvoorbeeld in pijpvoeten en stutten, terwijl eikenhout werd toegepast waar sterkte belangrijk is. Fijnkorrelig perenhout werd gebruikt voor kleinere onderdelen van het houten pijpwerk. Walnoot is gebruikt voor zowel technische onderdelen als het decoratieve fineer van de kast. Ook staal, ijzer, messing en zink zijn belangrijke materialen in het instrument. Staal komt onder meer voor in schroeven, veren, scharnieren en delen van de mechaniek. Messing werd gebruikt voor verschillende onderdelen van het pijpwerk en slagwerk. De orgelpijpen zijn deels van zink gemaakt.
“We kiezen bij deze restauratie bewust voor terughoudendheid. Het is hier niet de bedoeling om een hypothetisch 'oorspronkelijk' Fasano-orgel te reconstrueren. Daarvoor hebben we simpelweg te weinig bewijs. Wel willen we het instrument opnieuw laten klinken en tegelijk zoveel mogelijk van het originele materiaal, de structuur, het karakter en de historische informatie behouden.”
Jolien Paeshuys, beheerder collectie Ghysels
Van links naar rechts: Jolien Paeshuys en Toon van Campenhout. Foto: Jeroen Broeckx
Het Fasano-orgel is eigendom van de Vlaamse Gemeenschap en wordt beheerd door Muziekmuseum Vleeshuis. De restauratie wordt gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap.

