Overslaan en naar de inhoud gaan
© Frederik Beyens

Wannes in de stad

Wannes Van de Velde (1937–2008) is onlosmakelijk verbonden met de buurt rond het Vleeshuis. We nemen je mee langs zes plekken in de buurt die zijn leven en werk mee hebben gevormd. Ga je mee?

Foto: Jeroen Broeckx

De Gulden Handt

  • Zirkstraat

In het 16de-eeuwse pand ‘De Gulden Handt’ bracht Wannes zijn eerste levensjaren door. Vanuit het appartement waar hij met zijn ouders woonde, kijkt hij uit op de binnenplaats van de ‘Comptoir de Valence’, later gekend als ‘El Valenciano’. Een groothandel voor Spaanse eetwaren, maar ook een ontmoetingsplek voor de Spaanse gemeenschap in Antwerpen. Later verbindt Wannes zijn interesse voor flamencomuziek aan zijn eerste woning, boven de paëllapannen en Serano-hammen.

Foto: Jeroen Broeckx

Caffè Mundi

  • Hoek Wisselstraat – Oude Beurs

Op de plek van het voormalige Café Cécile, waar Wannes tijdens WOII als kind boven woonde, kan je vandaag terecht bij Caffè Mundi. Zijn ouders zongen graag: vader Jaak genoot zelfs enige bekendheid als cafézanger met een repertoire van arbeidersliederen en volkse spotliederen. In deze muzikale omgeving zette de jonge Wannes vermoedelijk zijn eerste stappen als zanger. Toen in december 1944 een V1-bom op nauwelijks vijftig meter afstand insloeg, beschreef Wannes later hoe hij als kind, in zijn nachthemd, tussen het puin en de chaos op straat stond. Het gezin overleefde, maar moest tijdelijk elders onderdak zoeken.

Foto: Jeroen Broeckx

Het Vleeshuis

  • Vleeshouwersstraat

Rond het 16de-eeuwse gildehuis van de slagers, speelde zich een groot deel van Wannes’ jeugd af. De Vleeshuiswijk was ooit een bruisende volksbuurt vol cafés, danszalen en handelszaken. In de jaren 1960 en 1970 veranderde dat drastisch door grootschalige afbraak en stadsvernieuwing. Het verlies van een stuk levend erfgoed inspireerde Wannes tot zijn eerste protestliederen. Zo doet hij in Het lied van de Neus zijn beklag over de afbraakwoede die de stad verminkt. Vandaag is het Vleeshuis het enige tastbare restant van die wijk en vindt het Muziekmuseum Vleeshuis er onderdak. Dat in 2019 net hier zijn werkkamer een plek kreeg, is te danken aan de inzet van zijn weduwe en vzw Erfgoed Wannes Van de Velde die zijn nalatenschap willen bewaren.

Foto: Jeroen Broeckx

Poesje van de Reep

  • Repenstraat

De poesjenellen, dat zijn simpele stangpoppen van hout en afgedankte rommel. Al eeuwen hangen ze rond in Antwerpen, ontstaan in de kelders van de armste wijken. In deze poesjenellenkelder in de Repenstraat, vlak naast het Vleeshuis, leeft de typisch Antwerpse traditie voort. Wannes raakte gefascineerd door deze vorm van volks poppentheater, waarin humor, satire en dialect samenkomen. Die invloed is ook zichtbaar in zijn ‘Schrijfkot’, waar verschillende zelfgemaakte poesjenellenpoppen een plaats kregen. Hij gaf de poesjenellentraditie een hedendaagse invulling door samen met vrienden het gezelschap Water en Wijn op te richten. Ze maakten hun eigen stangpoppen, decors en teksten.

Foto: Jeroen Broeckx

’t Half Souke

  • Hoogstraat

Voor veel mensen is Wannes de eerste stadsdichter van Antwerpen. Zijn werk is uit één stuk gesneden, scherp als een mes en meteen herkenbaar aan de sappige taal. Op de zijgevel in de heilig Geeststraat aan ’t Half Souke, een café waar Wannes graag kwam, prijkt een gedicht van zijn hand. De Zwerver, gekozen door zijn weduwe, vat Wannes’ levensvisie treffend samen: die van een vrije geest, geworteld in de stad maar altijd onderweg. Zo blijft zijn stem niet alleen in muziek, maar ook in het straatbeeld van Antwerpen voortleven.

Foto: Jeroen Broeckx

Gedenksteen

  • Koolkaai

"Als ik zou sterven, gooit me niet voor d’haaien. Maar legt me neer tussen de stenen van de kaaien." Op de Koolkaai vind je sinds 2024 een gedenksteen voor Wannes met dit citaat uit zijn lied Als ik zou sterven. De locatie, met zicht op de Schelde, is betekenisvol: de rivier en de kaaien vormden altijd een decor voor het leven in de stad en voor Wannes’ observaties. Zo was de omgeving van de Koolkaai in de tweede helft van de 20ste eeuw het hart van de Griekse gemeenschap in Antwerpen. Het inspireerde Wannes voor het lied De zangers uit Athene. In het gekozen citaat spreekt hij de wens uit om onder de stenen van de kaaien te rusten, waar mensen van overal passeren en het leven in vele talen klinkt. En zo geschiedde…

Meld je aan voor de nieuwsbrief