Korte inhoud
In het tweede deel van dit interview vertelt Bas hoe hij het ontbrekende klavier van het originele instrument wil reconstrueren. Ook ontdek je waarom het in de 17de eeuw populair was om klavecimbels met bedrukt papier te bekleden en hoe Bas die techniek vandaag opnieuw wil toepassen in de drukkerij van Museum Plantin-Moretus.
Bas Neelen © Nathalie Samain
Op zoek naar een nieuw klavier
Muziekmuseum Vleeshuis: “Het Ruckersklavecimbel is niet compleet. Er ontbreken delen in het historische instrument waaronder het klavier. Bemoeilijkt dat de reconstructie?
Bas: “Ja en nee. Het zou natuurlijk makkelijker zijn als het klavecimbel uit 1615 helemaal intact was. Dat is het niet, maar dát maakt het juist boeiend. Een nieuw klavier bouwen vereist denkwerk en onderzoek naar gelijkaardige instrumenten die wel nog originele onderdelen bevatten. Anderzijds moet je je ervan bewust zijn dat een historische bouwer soms ook dingen deed die niet helemaal logisch zijn. Ook de tijd laat sporen na. Hout vervormt en kleuren veranderen, dus onderdelen zomaar kopiëren is niet zonder gevaar.”
© Nathalie Samain
Muziekmuseum Vleeshuis: Hoe maak je dan een historisch verantwoorde keuze als je bijvoorbeeld een nieuw klavier wil maken?
Bas: “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de octaafspan, dat is de fysieke breedte die een toonladder op het klavier inneemt, dan verschilt die per instrument, periode en zelfs regio. Ik heb dus wel een paar instrumenten nodig om een vergelijking te kunnen maken en te begrijpen hoe het originele klavier eruitgezien moet hebben. Verder overleg ik met andere bouwers én muzikanten om hun mening te horen over hoe het instrument tot stand is gekomen. Het nieuwe klavecimbel moet enerzijds historisch verantwoord zijn, maar anderzijds moet het ook kunnen werken in een hedendaagse context. Dat is echt moeilijk om goed te doen. Ik ken instrumentenbouwers die 100% hebben ingezet op de historische bouwmethode, een proces dat zonder twijfel fascinerende ontdekkingen heeft voortgebracht. Maar als je kijkt naar de bespeelbaarheid van het finale instrument, dan is er een grotere kans dat muzikanten vandaag daar moeilijker mee overweg kunnen omdat het zo ver ligt van wat ze gewoon zijn. Dat wil ik absoluut vermijden, dus ik ga een gulden middenweg moeten zoeken.”
“In de Antwerpse klavecimbelbouw van de 16e en 17e eeuw kwam de kennis van verschillende vakmensen samen. Dat verklaart waarom er zoveel Antwerpse karaktertrekken zijn te herkennen.”

De papieren decoratie op het originele klavecimbel van Andreas Ruckers (1615)
Te gast in Museum Plantin-Moretus
Muziekmuseum Vleeshuis: “De buitenzijde van het klavecimbel is versierd met verfschilderingen. Maar op de binnenkant werd papier gebruikt als decoratie. Vertel daar eens wat meer over…”
Bas: “Klopt. Aan de binnenzijde van het deksel en boven het klavier en de zangbodem hangen verschillende vellen papier die bedrukt zijn met diverse patronen. Je verwacht het misschien niet, maar dat bedrukte papier maakte van het instrument in de 17e eeuw een echt luxeproduct. Het droeg aanzienlijk bij aan de status van klavecimbels. Drukken was toen een relatief nieuwe uitvinding. Het straalde innovatie uit en het was net iets ‘cooler’ en nieuwer dan beschilderingen. Je zou het kunnen zien als een soort van 17e-eeuwse ‘hype’.” (lacht)
Muziekmuseum Vleeshuis: “Waar en hoe gebeurde het drukken dan precies?”
Bas: “Antwerpen was op dat moment de grootste stad van Noord-Europa, waar zich de wereldberoemde drukkersfamilie Plantin en Moretus had gevestigd. Vanuit Antwerpen werd drukwerk over de hele wereld verspreid. Het drukken gebeurde met houten drukblokken waarin een bepaald motief, voorwerp, plant of dier was gesneden. Alles wat niet op het papier moest verschijnen, werd in de drukblok weggesneden... zoals bij een stempel eigenlijk. Het bedrukt papier werd daarna op het instrument gelijmd. De mensen die die blokken maakten, dat waren echte vakmannen van een ongelooflijk niveau. Dat heb ik met mijn eigen ogen gezien toen ik in Museum Plantin-Moretus was.”
Arjen en Bas © Nathalie Samain
Muziekmuseum Vleeshuis: “Wat ben je daar gaan doen?”
Bas: “Ik was daar met Arjen Everts, die hier naast mij zit en met wie ik voor dit project samenwerk. We bekeken er enkele drukblokken uit de collectie van Museum Plantin-Moretus.”
Bas: “Arjen is van beroep instrumentenbouwer. Hij bouwt vooral cisters, dat zijn historische tokkelinstrumenten. Het bijzondere aan cisters is dat in de hals en de kop vaak versieringen zijn gesneden. Arjen is daar zeer bedreven in. De papieren decoraties op het originele klavecimbel zijn met drie verschillende drukblokken gemaakt. Ik heb aan Arjen gevraagd om de drukblokken te reconstrueren zodat we meer te weten komen over deze oude drukkunst.”
Arjen: “Die collectie drukblokken in Museum Plantin-Moretus is écht indrukwekkend. Bas en ik stonden versteld van het verfijnde snijwerk (Bas knikt). Ook de decoraties op het originele klavecimbel in Muziekmuseum Vleeshuis hebben we bestudeerd – we gaan nu samen op zoek naar het juiste papier. Zo probeer ik te vatten hoe de originele versieringen zijn opgebouwd. Ik kijk bijvoorbeeld naar de structuur, de geometrische patronen en ideeën achter de decoratie en neem die kennis als vertrekpunt om een drukblok op een historisch verantwoorde manier te maken en te doen kloppen met het origineel. Zonder een exacte kopie te maken.”
Bas: “Een beetje zoals ik het instrument probeer te begrijpen eigenlijk.”
Muziekmuseum Vleeshuis: “Bas, je bestelt je drukblokken dus eigenlijk bij een specialist. Deed Andreas Ruckers dat ook?”
Bas: “Ja, je zoekt iemand die het beter kan dan jezelf. Decoraties drukken is echt een vak apart. In zijn tijd klopte Andreas Ruckers aan bij kunstenaars zoals Rubens voor de beschilderingen of hij deed mogelijks beroep op de familie Plantin-Moretus om papieren decoraties te maken en te drukken. Dat zijn klavecimbels hierdoor extra status kregen, was natuurlijk mooi meegenomen.”
"Die collectie drukblokken in Museum Plantin-Moretus is écht indrukwekkend. Bas en ik stonden versteld van het verfijnde snijwerk."
Arjen Everts © Nathalie Samain
Muziekmuseum Vleeshuis: “Arjen, je zei daarnet dat de papieren decoratie op het nieuwe klavecimbel geen kopie van het origineel wordt. Krijgen we dan een andere tekening te zien?
Arjen: “Het gaat er ooglijk hetzelfde uitzien, maar de tekening zal wel variëren in de details. Ik wil niet gewoon kopiëren. Ik wil een stapje verder gaan en de vergeten stiel van het ‘drukblok snijden’ terug ontdekken.”
Bas: “Ik verwacht dat de eerste poging sowieso gaat mislukken…” (Arjen knikt)
Arjen: “We gaan fouten maken, er gaan dingen naar boven komen die we niet goed begrepen hebben of waar we niet aan gedacht hebben. Maar dat is niet erg. Het belangrijkste is dat we die technieken van het drukken en snijden terug leren kennen.”

